STERFBED

Ik zit aan het sterfbed van mijn vader en hou zijn hand vast. Mijn broer en zus, en zijn tweede vrouw blijven in de woonkamer. Ik vind dat heel vreemd.
Hij vraagt me iets, ik breng mijn oor iets dichter naar zijn mond. Hij moet de vraag een paar keer herhalen eer ik het versta. "Erika, ik heb toch niets verkeerds gedaan?" Wanhopig kijkt hij me aan.
Ik kan niet ja of nee zeggen. Daar schaam ik me om, maar ik kan aan zijn sterfbed toch niet liegen...?
Zoveel dronkenschap, zoveel slagen,... zoveel wanhoop...

Ik zeg gewoon: "Vokke, wat er ook gebeurd is, ik heb altijd van u gehouden."
En dat is ook zo.
Hij neemt mijn hand vast, ik voel zijn liefde en hij voelt mijn liefde.
Een jonge arts komt om hem het verlossende spuitje te geven.
Ze knikt me toe : "Ga maar bij je vader zitten." en loopt de huiskamer binnen om te vragen of de anderen er bij willen zijn.
Schoorvoetend komen ze binnen: zijn tweede vrouw, mijn zus, mijn broer met zijn vrouw. Ze gaan met hun rug tegen de muur staan en kijken me niet aan. Ik heb het gevoel iets verkeerds te doen en vraag aan zijn tweede vrouw of zij naast hem wil zitten en laat me van het bed glijden.
Ze reageert niet.
De arts knikt me vriendelijk toe dus ga ik terug bij mijn vader zitten. Ik voel zoveel liefde door onze handen stromen, we kijken in elkaars ogen terwijl hij sterft.
Ik ga de kamer uit om langs de Schelde te wandelen. Mijn vader was een Scheldeman, vaak gingen we er samen zwemmen. Hij hield van oermensen. Hij had een vriend die op eenzame plek aan de Schelde woonde, Freek noemde hij, nabij Kallo. Daar heb ik leren zwemmen.
Aruna zegt: "Wat heb je dit moedig en mooi gedaan."
Voor het eerst kan ik huilen om mijn vader...en mijn broer en zus.




 

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x