DE SURINAMERS
We, mijn zus en ik, hadden iets opgevangen over een geweldig meer aan de overkant van de spoorweg.
Naar horen zeggen was het een enorme put die dienst deed als reservedrinkwater van de naburige stad.
We gingen op zoek, klauterden over de spoorweg en baanden ons een weg door de tarwevelden en vonden uiteindelijk 'de put'.
Er zou ook een club regelmatig komen duiken en we hebben er inderdaad één maal duikers gezien. Ik weet niet meer of ze ons gespot hebben en lieten begaan of dat we ons goed verstopt hadden.
Het was in elke geval en heerlijk water om in te zwemmen, je kon de diepte echt voelen, zoals je dat ook kan voelen als je ver de zee in zwemt.
Het waren heerlijke dagen, vrij in de natuur en ver van de wereld.
Aan de overkant grensde de put lag een haven. Op een dag waren er heel vriendelijke matrozen uit Suriname. Ze nodigden ons uit op hun boot, gaven ons lekkers en we kregen een roze en een lichtgroen hemd. We waren er heel blij mee, al hebben we het nooit gedragen.
Op een dag waren er jongens die we niet kenden aan de put, ze waren veel ouder dan ons. Ze namen mijn zus vast. Ik sloeg hen met een stok zodat ze zich kon bevrijden. Ze sprong in het water.
Eén van hen grabbelde me vast en stak zijn hand in mijn onderbroek. Gelukkig kwam de boer net aan, die werd heel boos omdat zijn tarwe was platgetrapt.
Elke dag besefte ik dat ik op één uur kon leren waar we een hele dag voor in de klas moesten zitten, ik vond het een marteling.
Het was maar twintig minuten van mijn school als je over de spoorweg ging, langs de haven was het meer dan eens zo ver. Dus fietste ik tijdens de middagpauze snel naar de put om heel even te zwemmen en dan snel weer terug. Zo overleefde ik de schooldagen.
Op een keer kreeg ik een longontsteking en moest drie weken thuisblijven.
Toen ik weer op school kwam gaf de leraar Latijn me een berisping omdat ik mijn huistaken niet had afgegeven.
Ik zweeg, de leerling naast mij zei dat ik ziek was geweest. Eerst geloofde hij het niet maar de hele klas beaamde het.
Ik waande me onzichtbaar, dat was een hele opluchting.
En inderdaad, ik ontdekte steeds vaker dat slechts weinig mensen mij zagen staan.
Heerlijk.
Aruna antwoordt: "Ik zie je."
Even is Erika stil.
"Ja jij ziet me. Bij u is het veilig."
"Dank je wel, dat vind ik een groot compliment."
HERFST
DE KERMIS
MIJN MAN ZOEKT EEN LIEF
MIJN BROER BRUTALISEERT MIJN DOCHTER
STERFBED
REUNIE
DE EERSTE KEER
DE AARDBEIENMAN
HET KASTEEL VAN ZOTTERIK
DE HIK
MIJN BROER STAAT MET EEN STIJVE VOOR MIJN MOEDER
DE NEPTUNE
RENEKE
POESJKIN
DE DAMES VAN HET CHRISTELIJK ONDERWIJS
OP DE BUS
ELKE OCHTEND ZWEM IK IN DE VIJVER
WANDELEN MET WOUTER
MEDEBEWONER DIENT KLACHT IN
MIJN MAN VOLGT EEN GURU DIE ZIJN VOLGELINGEN MISBRUIKT
RONDZWERVEN IN DE NACHT
ERIKA ZOEKT HULP
MOEDER ZIJN