DE HIK

De lagere school voor de meisjes was een nonnenschool, die voor de jongens een gemeenteschool.
Ik speelde niet graag met meisjes, hun gebabbel en gegiechel was me vreemd.
Ik ben altijd een stil en braaf kind geweest.

In het tweede leerjaar ben ik één keer gestraft geweest.
Zuster Mathilde schreef iets op het bord. Ik had de hik. Ze draaide zich plots om en vroeg wie er gebabbeld had. Ik kreeg meteen een vuurrood hoofd. Daar had ik als kind vaak last van, van het schaamrood dat naar mijn wangen steeg. Haar beschuldigende vinger wees naar mij.
"Erika, wat heb je te zeggen."
Ik blokkeerde.
"Erika, antwoordt als ik iets vraag."
Ik heb antwoordde naar waarheid dat ik niets gezegd had.
"Nu ga je nog liegen ook."
Ik zweeg.
Ze beval me naar de bezemkast te gaan.
Ik vond dat niet erg. Het donker in de kast beschermde me tegen haar blikken en die van de kinderen.
Toen het speeltijd was mocht ik er uit en moest mijn verontschuldigingen aanbieden en beloven dat ik de les niet meer zou storen met mijn gebabbel.
Ik stond voor een waar dilemma, ik kon me niet verontschuldigen voor wat ik niet gedaan had. Dat zou liegen zijn.
Ik antwoordde naar waarheid: "Ik had de hik." en ging naar de speelplaats.
Toen kwam Reneke voor het eerst naar me toe.
Reneke was een klein mager manneke uit de kleuterklas met versleten kleren en een snottebel onder zijn neus. Hij nam mijn hand vast, en meteen stroomde er een warm gevoel van liefde door heel mijn lijf, liefde voor dat klein verlaten ventje.

Zijn zus die een jaar hoger zat dan ik, moest altijd huilen, ze mistte haar papa. Ze droeg altijd versleten kleren.
Ik heb nooit geweten wat er met haar papa aan de hand was.

Op een dag stond Reneke bij mij voor de deur. Met ogen vol vertrouwen zei hij: 'Ik kom bij u wonen."
Ik nam hem mee naar binnen en zei: "Moeder, Reneke komt bij ons wonen."
Het mocht niet van haar, ik moest hem terug brengen.
Ik probeerde haar te overtuigen: "Reneke moet altijd wenen, zijn papa is er niet meer, hij woont bij iemand die niet zijn echte vader is en hem altijd slaagt."
Ik kon niet begrijpen dat ik hem moest terugbrengen. Het was de eerste keer dat ik mijn hart voelde sluiten voor mijn moeder.
Ik zwierf rond met Reneke, de school was toe, ik wist niet waar hij woonde... zijn handje lag vol vertrouwen in het mijne, zo zwierven we rond. Het begon al te schemeren toen ze ons vonden. Ik een fikse uitbrander.

De volgende dag waren Reneke en zijn grote zus niet op school, ik heb hen nooit meer terug gezien. Ik voelde me heel schuldig, dacht dat het door mij kwam dat ze voorgoed verdwenen waren.

Aruna zegt: "Wat heb je een groot hart voor kinderen en wat moet je eenzaam geweest zijn."
Haar woorden toveren een glimlach en een traan op haar gezicht, iemand die haar ziet.
Ja, ze ontfermt zich graag over jonge kinderen.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x