POESJKIN

Het was mijn grootste droom een hond te hebben, maar mijn ouders wilden dat niet.
Daar was ik heel verdrietig om.
Tot ik Poesjkin leerde kennen.

Poesjkin woonde in de herberg aan de rand van het bos. Hij was een grote herdershond, een Collie, die vrij rondliep. Het was liefde op het eerste zicht. Telkens ik voorbij kwam, wandelde hij met me mee het bos in. Samen zwierven we uren rond. Dat waren heerlijke dagen.
Een vriendschap, woordeloos en puur.
We verwachten niets van elkaar. Eigenlijk was dat met Reneke ook zo, tussen ons waren ook geen woorden, enkel het pure bij elkaar zijn.
En plots was het gedaan.
Ik kwam met Poesjkin het bos uit en de herbergierster stormde boos naar buiten, furieus, omdat ik met haar hond op stap was geweest..
Ik was even te verbijsterd om te praten.
Ik stamelde dat hij vanzelf met me meewandelde en dat ik zorgde dat ik altijd terug langs de herberg kwam.
Maar in haar furie kon ze me niet horen en dreigde de politie te bellen als ik nog eens met haar hond op stap ging en trok de hem mee naar binnen.
Ik snapte er niets van, we deden dit al zo lang.
Een oude meneer legde zijn hand op mijn schouder en zei : "Gij zijt een goei meiske. trek het u niet aan."
Door zijn vriendelijkheid rolde er een traan over mijn wangen.
Ik schaamde me, al die blikken op mij.
Ik maakte voortaan een omweg om naar het bos te gaan, ben nooit meer langs die herberg gegaan.

Toen ik thuiskwam begreep ik het beter. Mijn moeder was boos omdat het warm eten al op tafel stond. Poesjkin en ik waren minstens vijf uur weggebleven, die herbergierster was echt ongerust geweest dat ze haar hond kwijt was. Ik nam me voor me de volgende dag te gaan verontschuldigen. Maar keerde op mijn stappen terug toen de herberg in zicht kwam.
Later had mijn moeder wel drie honden. Ik heb me met geen van hen kunnen verbinden.
Ik weet niet hoe dat kwam.
Even is Erika stil.
Nu weet ik het terug. Eén of andere boze minnaar van mijn moeder, ik weet niet meer wie, zei dat ze het met haar honden deed. Ik ben van nature een beelddenker dus ik zag zo'n scène meteen voor mijn ogen gebeuren.
Ik weet niet of het gebeurd is, maar achtte haar ertoe is staat, en schaamde me dat iets in mij het mogelijk achtte.

"Na al die jaren is je verdriet om Poesjkin nog voelbaar."
Erika knikt.
"Je bent een vrouw die puur kan liefhebben."
Ze glimlacht.
Aruna merkt hoe Erika's verdriet oplost in een liefdevolle glimlach, ze is in gedachten bij Poesjkin.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x