HET KASTEEL VAN ZOTTERIK

Ik ging graag op stap met mijn broer en zijn vrienden.
Heelder dagen zwierven we rond met de fiets.
Een heerlijk vrij leven.

Veel kinderen kennen dat niet meer, het verkeer is veel te druk.

Vaak fietsten we langs het 'Kasteel van Zotterik', zo werd het plaatselijk genoemd.
Het verhaal ging dat door inteelt waanzin was ontstaan in het adellijk geslacht. Adel moest met adel trouwen. Wat er van waar is weet ik niet.

Rond het kasteel lag een slotgracht en er was een brug naar een vergrendelde toegangspoort. Er zou een tunnel onder de gracht lopen die uitkomt in het kasteel. We besloten die tunnel te gaan zoeken.
Het was opwindend spannend, we waanden ons dappere helden die het kasteel in 't oog hielden.
Een oude vrouw met zeven katten langs een klein poortje in de grote poort naar buiten.
We deden alsof we weg fietsten.

Toen ze ver genoeg was gingen we terug naar het poortje. Er kwamen ons onbekende jongens die vroegen of ze met ons mee mochten. Samen slopen langs een kelderluik naar het kasteel van Zotterik  binnen.

We openden een deur en kwamen in een klein kamertje dat vol stond met potjes en flessen, brouwseltjes. Nu waren we zeker dat hier niet zo maar een oude vrouw maar een heks met zeven katten woonde.
De ons onbekende jongens gingen meteen op zoek naar de torentrap, ze wilden helemaal naar boven, naar het hoogste torentje.
Ik bleef liever in het kelderkamertje rond snuisteren, mijn broer wilde ook op ontdekking gaan in het kasteel en waarschuwden me dat ik niet mocht ruiken aan de potjes, ik zou wel eens betoverd kunnen worden.
Opeens hoorden we de jongens roepen :"Vlucht, vlucht, de heks komt terug!"
We vluchten langs het poortje naar buiten, net voor de heks er was, maar de jongens die in de toren zaten waren te laat om nog voor de heks het poortje te bereiken en sprongen in de sloot.
De heks riep hen met schelle stem naar hen.  Geen betovering. Enkel een fikse uitbrander.

We gingen er nog vaak op de loer liggen op zoek naar tekenen van hekserij. Eén keer hadden we haar niet zien aankomen. Ze stond plots voor ons. We kregen een chocotof. De heks bleek een vriendelijk oud vrouwtje te zijn. Toch vertrouwden w ehet niet. Na die chocotof zijn we nooit meer naar het kasteel van Zotterik gegaan.

De band met mijn broer en vrienden brak toen ik van Sinterklaas een verpleegster doos kreeg. Voortaan moest ik als we op avontuur ging de verpleegster zijn.
Ik wilde geen verpleegster zijn.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x