OP DE BUS

Erika  is heel stil als ze bij Aruna komt.
"Het lijkt alsof ik alles heb verzonnen. Het is allemaal zo onwezenlijk, zo onwaarschijnlijk. Heel mijn verhaal lijkt leugenachtig."
"Ge weet dat ge het niet verzonnen hebt."
Erika staart voor zich uit.
"Erika,..ge weet dat ge dit niet verzonnen hebt. En ja het klinkt onwezenlijk. Wat gij hebt meegemaakt is onwaarschijnlijk en we weten allebei dat het waar is."
Erika zwijgt.
"Ge wilt dat uw leven met al wat ge hebt meegemaakt bestaansrecht krijgt."
Erika knikt, in haar ogen blinken tranen.
"Ja, bij u krijg ik bestaansrecht. En toch kan ik me niet identificeren met een meisje ben dat seksueel misbruikt is."
"Ja, dat versta ik. Het maakt u juist zo schoon. Ge hebt veel meegemaakt en ge zijt uw pure zelf gebleven."
Erika ontspant.
Mag ik verder vertellen? Ik voel de behoeft om alles te vertellen en te weten dat ik ondanks alles ongeschonden ben gebleven."
Even is het weer stil. Deze keer is het een ontspannen stilte waarin al mag zijn wat is.
"De Dames van het Christelijke Onderwijs. In die tijd had ik straatvrienden, kleine criminelen. Ze stonden me onverwacht een beetje voorbij de schoolpoort op te wachten.
We namen samen de bus naar huis en hadden heel de achterbank ingenomen. Robert was naast mij komen zitten en fluisterde in mijn oor: 'Ik ga uw bloemeke plukken.' Hij stak zijn hand in mijn onderbroek en duwde zijn vinger in mijn vagina. Het deed pijn en ik bloedde een beetje."
Erika bloost en fluistert: "Nu ik dit vertel, kan ik de opwinding nog voelen. Het was zo verwarrend, beschamend...ge wilt dit niet, het doet pijn, tocht laat ge het toe en opent het een nieuwe wereld..."
Een paar dagen later vroeg hij of ik mee naar zijn moemoe wou gaan. Ze was weduwe.
Ze woonde in een klein steegje, een eenvoudige arbeiderswoning vlakbij het huis war ik geboren was. Ze was heel blij me te zien, het leek of Robert en ik een relatie hadden..
Twee dagen later zag ik hem op het dorpsspeelplein, samen met vrienden. Er was een schuilplaats waar hij een meisje aan het bepotelen was. Ik stond erbij en ik keek er naar. Een heel vreemde mengeling van gevoelens kwam over mij.... vooral een grote opluchting: het was voorbij. Ik was niet meer in de ban van de straatjongeren... dacht aan zijn lieve moemoe, ik had ook een lieve moemoe....en het allermooiste was: ik hoefde niet meer naar d de Dames van het Christelijke Onderwijs...
Aruna laat de stilte die valt zijn...elk woord zou de sereniteit van het moment breken...Erika vertrekt met een knikje... Aruna kijkt haar na.


{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x