RONDZWERVEN IN DE NACHT

Als kind lag ik wakker van het geruzie van mijn ouders.  
Ik sliep met mijn zus op dezelfde kamer in een stapelbed, ik lag boven.
Onze kamer was slechts door een houten deur verbonden met die van mijn ouders.
Ik hoorde mijn moeder tegensputteren en kreunen terwijl hun bed kraakte en voelde me schuldig omdat ik haar niet ter hulp kwam.
Ik weet niet of mijn zus die onder mij sliep, het was een stapelbed, ook wakker was.
Toen het stil werd was ik te onrustig om in de kamer te blijven en stond stilletjes op.
Tussen de woonkamer en de veranda was een groot rolluik dat net niet tot aan de grond kwam. Met wat wringen kon ik er onderdoor kruipen. En zo begonnen mijn nachtelijke omzwervingen, we woonden vlak bij een bos. Ik kwam er helemaal tot rust.
Ik moet toen een jaar of acht geweest zijn. Overdag was ik altijd moe en viel soms in slaap.
Mijn ouders waren ongerust en gingen met mij naar de dokter. Die raadde hen aan naar een specialist te gaan om mijn hart te onderzoeken. Die zei dat alles in orde was.
Ik voelde me een aanstelster
Ik had schrik dat ze zouden ontdekken waarom ik zo moe was en durfde 's nacht niet meer naar buiten te gaan en zo kon al helemaal niet meer slapen.
Het maakte me triest want ik genoot zo van die omzwervingen, die gaven me rust.
Erika kijkt uit over de vijver.
Hier kom ik ook tot rust
Ik doe het nog altijd, 's nachts opstaan en gaan wandelen. Nog steeds niemand die er van weet, dat geeft me rust.
Ik geniet van de stilte van de nacht, al is het niet meer zoals vroeger. Het is nooit meer echt stil: vliegtuigen, autosnelwegen. Het lawaai raast dag en nacht door en is in de nacht storender dan tijdens de drukte van de dagen.





{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x