VERLOREN LOPEN

       

voormalig
Oorsprong van het verhaal: gesprek, bij de paarden

Met iedereen breekt ze vroeg of laat: vriendinnen, haar moeder, haar zus, haar lief…
Telkens voelt het als een bevrijding hen niet meer te hoeven ontmoeten.
Reacties van anderen op haar manier van zijn vermoeien haar mateloos. Of ze nu vriendelijk of afwerend of bemoeiziek of uitnodigend zijn… het maakt geen verschil.
Mensen vermoeien haar.
“Zijn er ook mensen bij wie je tot rust kan komen?”
“Bij mijn lief kon dat soms wel, maar hoe langer hoe minder. Niemand kan altijd volledig afgestemd zijn, dat weet ik echt wel, maar ik verdraag het niet afgestemd zijn niet, ik ga er helemaal van toe en word ontzettend moe. En al voel ik me vaak eenzaam, toch is dat rustgevender dan in contact te zijn.”
Aruna is even stil om dit verhaal te laten inwerken.
De jonge vrouw zegt: “Ik loop verloren in de wereld.”
“Wie zoek je?”
“Ik zoek niemand.”
“Wie mis je zo?”
Ze kijkt nu stug en  onwillig.
Aruna merkt dat ze verwezen wordt naar het rijk van de onafgestemden, toch herhaalt ze haar vraag: “Wie mis je zo?”
De jonge vrouw krijgt een blos op haar wangen, een smeltpunt in haar onwilligheid.
“Mijn vader.”
“Vertel eens over jou en je vader.”
Het blijft lang stil.
“Ik heb hen niet veel gezien in mijn leven. Toen mijn moeder hem verliet was ik vijftien en werd hij heel depressief en onbereikbaar. Ik was graag bij hem gaan wonen, maar mijn moeder liet dat niet toe.”
“Dat moet hard geweest zijn. Leeft hij nog?”
“Neen.”
“Heb je afscheid kunnen nemen?”
“Ja.”
Een schuchtere glimlach.
“Kan je me iets vertellen over het afscheid?”
Weer die stilte.
“Hij wist wie ik ben. Eerst was hij boos dat hij me zo weinig gezien had.
Tot ik hem zei dat hij er nooit niet was telkens we afgesproken hadden.
Na jaren sprak ik gewoon niet meer af. En zo liep ik verloren in het leven.”
Even lijkt het of ze ver weg is… dan is ze er terug.
“Op zijn sterfbed zei hij dat hij het niet aan kon om telkens opnieuw afscheid van me te nemen. In een eerste reflex vond ik dat laf, maar meteen voelde ik dat het waar was, dat hij het echt niet aankon omdat hij zo veel van mij hield. Hij is de enige die wist wie ik was.”
“Heb je nog contact met hem?”
De vraag verwart haar, hij is dood, dan weet ze :”Ja, hij is voortdurend bij me.”
“Wat doet zijn aanwezigheid met jou?”
“Het maakt me vredig, rustig… het maakt me gelukkig omdat ik me dan helemaal mezelf voel.”
“Ja, je helemaal jezelf kunnen voelen is kostbaar. Misschien kan zijn aanwezigheid je helpen om goed bij jezelf te blijven ook als mensen niet helemaal afgestemd zijn. Altijd helemaal afgestemd zijn lukt niemand, ook jou niet.”
“Mijn vader wel.”
“Ook hij niet, dat is niet van de menselijke maat.
“Nu hij gestorven is, kan hij dat wel.”
“Dat wil ik graag van je aannemen. En hij leeft niet meer in een mensenlijf, je hebt nog wel contact met zijn energie, of hoe je dat ook wil noemen.”
“Met zijn geest. Ik heb nooit geloofd in geesten, maar sinds hij gestorven is wel.”
Ze kunnen er samen om glimlachen.
Ze voelen beiden dat dit gesprek klaar is en dat er een vervolg komt. Dan zal ze contact opnemen.

Een maand later komt ze naar de opstellingen bij de kudde.
Daar reageren de paarden op het energetisch veld dat ontstaat wanneer je representanten opstelt voor belangrijke personen of gebeurtenissen in je leven.
Aruna vraagt representanten te kiezen voor haar moeder, haar zus, haar lief en haar vader.
Haar vader wil ze niet opstellen, ze zegt dat dit zijn aanwezigheid zou ‘ontheiligen’.
De representanten zoeken hun plek.
De jonge vrouw wendt zich af.
Scotti, de leider van de kudde komt nu vlak naast haar staan.
In verbinding met het prachtige paard kan ze kijken.
Tegen moeder zegt ze: “Ik hou van mijn vader, precies zoals hij is.”
Eerst kijkt die verbolgen, dan komt er aanvaarding: “Ja, je houdt van je vader.”
Dan kijkt ze naar haar zus die roept: “Hoe kan je van hem houden, hij was altijd zat.”
Ze zegt: “Hij weet wie ik ben, dat is het kostbaarste wat er is.”
Scotti staat nog altijd naast haar.
Dan kijk ze naar haar voormalige lief en zegt: “Ik hou van je en ik ben niet altijd gemakkelijk geweest.”
Haar ogen vullen zich met tranen.
Scotti loopt naar zijn merries.
Bij de afronding van de osptelling zegt Aruna: “Je hebt nog iets te klaren met je lief.”
Ze knikt: “Ik weet het.”