MIJMERINGEN BIJ EEN ZIEK VEULEN

 
Daar ligt hij in de wei. Vinur. Uitgemergeld was hij, vol wonden en wratten, toen hij bij de kudde van Miradal  kwam. Als veulen te vroeg bij moeder weg gehaald, naar hengstenland. Daar zou hij sterk worden. Niet dus. Langzaam herstelt hij.
Aruna’s hart gaat onwillekeurig steeds naar de gewonden, mens, dier of plant… Ze gelooft niet dat het met haar eigen wonden te maken heeft, de zogezegde ‘wounded healer’. Al bestaan ze natuurlijk wel, ze doen goed werk.
Wat verbindt haar met de wonde?

In contact met het zieke dier probeert ze haar gedachten te vormen.De wonde maakt kwetsbaar en mooi, alsof in de wonde de ziel achter haar sluiers vandaan komt, een soort naaktheid waarin ze zich toont, verstoppen lukt niet meer…
Verwond zijn maakt schichtig, en in dit schichtige  moet men zich toch weer overgeven, zichtbaar worden…
Ziel, wezen, geest …  zoveel theorieën bestaan hierover… voor Aruna zijn het begrippen die je transparant moet gebruiken… anders zetten ze de werkelijkheid, het mysterie vast.
In de wonde lekt het licht naar buiten, toont zich het wonder van elk levend wezen. Hoe kan je de wonde helen zonder dat het licht dooft? Hoe kan je de wonde helen zodat het licht juist helderder gaat schijnen?
Een man die regelmatig bij haar komt, noemt zich lichtdrager. Elke zygote, ons prilste lichaam, straalt licht uit. Wat maakt iemand dan tot lichtdrager? Omdat ze het als hun hoofdopdracht  zien om met hun lichtje wonden in de wereld te helen?
Vaak ziet ze hen daaraan ondergaan of verloren lopen in grootheidswaan. De taak is te groot. De woorden: ‘Het lam Gods dat wegneemt de zonden  der wereld’ komen in haar op. Ja, ze meten zich met Christus en gaan daaraan ten onder.
En in wezen is het heel eenvoudig. Want doet niet elke boreling het: de wonden van zijn ouders, van het familiesysteem waarin hij geboren wordt zichtbaar maken en sommigen (of allen? )hebben het vermogen ze ook echt te verlichten? In haar opleidingen ging het vaak over ‘parentificatie’: een kind zorgt voor de ouders met de connotatie dat dat niet hoort. Ze moeten daarvan genezen.
Is het niet beter om het kind daarin te eren zodat het zijn lichtgevende kracht verder kan ontwikkelen? Ze is er al te vaak getuige van geweest hoe kinderen diep gekwetst worden als ze niet aangenomen worden in hun liefde voor een ouder. In hun liefde wordt ook de wonde bij de ouder zichtbaar, vaak sluit men zich daarvoor af.  In het echt aangenomen worden, begint een kind te stralen, heelt de wonde … en ontwikkelt het kind de kracht om zijn ‘licht’ te leven…
Waar in een thuissituatie zijn licht gedoofd wordt, ontstaat vaak een zoeken waar men zijn licht wel kan laten schijnen, waar men wel in zijn liefde aangenomen wordt… en soms wordt dit zoeken dolen en verloren lopen…
Het veulen. Ook dit dier is diep gekwetst toen het werd weggenomen bij zijn moeder, bij zijn kudde. De moedermerrie verstoot hem nu.

Aruna stemt zich nu helemaal af op Vinur. In zijn gewonde wezen verblijdt hij haar hart, mag ze zijn licht ervaren.
Hij zal zijn plek in de kudde wel vinden, zo kan ook bij de moedermerrie de wonde weer helen.
De menselijke hoeders van de kudde van Miradal staan voor een grote uitdaging. Hoe kan je de wilde natuur van dieren in gevangenschap eren? Hoe kan je je eigen wilde natuur eren in een geïndustrialiseerde  wereld?
Zachtjes neemt ze afscheid van Vinur, het betekent ‘vriend’.

Ze deelt haar mijmeringen met haar mentor. Hij nodigt haar uit ze nog te verdiepen: “Een mooie invalshoek. Ik hou hiervan. Erg ondersteunend in hoe ook ik hier naar kijk. Heb je een verhaal dat deze ervaring en wijsheid illustreert? Het zou het nog verder kunnen verdiepen…Misschien je eigen verhaal? Of is dit te? En deze diepgang heeft het nodig. Velen in ons beroep zijn nog bezig met deze parentificatie…en ja dat brengt pijn mee. Maar deze pijn is te dragen. De pijn van niet aangenomen liefde voor hun ouders is afsnijdend. En natuurlijk is het ook een mijmering… En wat een prachtige tekeningen”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ol wonden en wratten, t