HARTBESCHERMING

       

 Oorsprong van het verhaal: gesprek
Een vrouw drentelt langs de landweg.
Aruna groet haar vriendelijk.
De vrouw vraagt:
“Mag ik bij je vuur komen en mijn verhaal vertellen? Een vriend van me heeft gezegd dat jij goed kan luisteren.”
“Ik heb mijn vuur laten doven, als je wil kunnen we samen een vuurtje maken.”
In stilte gaan ze naar de vuurplek. Alsof ze nooit anders samen gedaan hebben, stemmen hun handelingen zich woordeloos op elkaar af en brandt er snel brandt een vuurtje.
Aruna geeft de vrouw de tijd om zelf de stilte te doorbreken.
“Jarenlang zat ik in mezelf opgesloten. Mijn levenslust was gebroken toen mijn man me na 39 jaar huwelijk verliet. Voor mij was dat het onvoorstelbare, ik was gehuwd tot de dood ons scheidt, en wie weet ook daarna. Ik ben nog van een oude generatie, mijn liefde is niet tijdelijk, ze omarmt wat er op mijn pad komt en hoort toe aan de eeuwigheid.
Mijn hart deed pijn, mijn levenslust verdween en ik hield me staande. Mijn dochter leed eronder, een kind wil zijn ouders gelukkig zien, ik voelde me falen als moeder.
En dan plots, na twee jaar, gebeurt er iets waar ik heel blij van word en hoor ik ping, er springt  een klem los, de klem rond mijn hart. Een overweldigende blijheid stroomt door mijn lijf.  En ik wist:” Moest het mijn man slecht gaan, ik zou opnieuw voor hem zorgen, maar liever niet.” Een grote vrede kwam over mij.
Ze heeft heel de tijd tegen het vuur gesproken en kijkt Aruna nu aan:
“Het was zo’n vreemde, intense ervaring, ik hoorde echt ‘ping’ met mijn oren. Ik had nooit durven hopen dat de pijn zou over gaan en  opeens was ze weg. Het is nu drie weken geleden, de levensblijheid is gebleven.
Hebben wij andere oren dan fysieke oren. Want ik heb die klem echt horen en voelen losspringen.”
“Waar werd je zo blij van?”
“Ik weet het niet meer. Ik kan nog zo naar het gevoel gaan, die plotse stroom van blijheid door mijn lijf, en het is zo vreemd, ik kon me meteen daarna al niet meer herinneren waar ik zo blij van werd.”
Ze verdwijnt even in contemplatie: “Het lijkt wel een soort goddelijke genade die door me heen stroomde. Ze stroomt nog, maar minder overweldigend, ze blijft bij mij.”
“Wat een sterk verhaal. En ja, je hebt de klem horen breken. Onze wereld draait rond het materiële, maar onze oren zijn ook geestelijke oren. We hebben een splitsing gemaakt in onze wereld- en lichaamsbeleving, maar in wezen zijn ze één. Dat kom ik in de droomwereld keer op keer tegen, ze is één met het waakleven allen hebben we geen taal meer om daarover te praten. Wat u overkomen is, overkwam ook ijzeren Hans, ook de braven Hendrik genoemd in het sprookje van de kikkerkoning die uiteindelijk met zijn prinses naar huis rijdt.”

Aruna zinkt even weg in gepeins.. en dan komen de woorden:
“En toen zij een eind gereden hadden, hoorde de koningszoon een gekraak achter zich alsof er iets brak. Toen draaide hij zich om en riep:

“Hendrik, de wagen breekt!”
“Nee, Heer, het is de wagen niet,
Maar een ring van mijn hart,
Die mij steunde in mijn smart,
Toen u in de bron ging wonen
En u als kikker moest vertonen.”
Nóg een keer en nóg een keer brak er ijzer op de weg en de prins dacht steeds dat de koets brak, maar het waren de ijzeren ringen die van het hart van de trouwe Hendrik afvielen, omdat zijn heer nu bevrijd en gelukkig was.

Nog even blijven ze stil bij het vuur, en dan nemen ze afscheid.

Aruna denkt voor het eerst sinds lang aan Joren, haar gestorven geliefde,ver weg en zo nabij.