VERGEVEN
oorsprong van het verhaal: liefdesrelaties, gesprek

       

“Kan je me vergeven? Alsjeblief, kan je me vergeven?”
Twee mooie mensen, half de dertig.
De vrouw zit daar met een verstard gezicht.
Dan zegt ze grootmoedig: “Ik vergeef je.”
“Je bent een engel, dank je wel.”
Hij zou haast een knieval doen.
Iemand van de deelnemers uit zijn bewondering voor haar grootmoedigheid.
De anderen knikken instemmend.
De vrouws ogen stralen, haar mondhoeken blijven verstard.
Aruna maakt er haar attent op.
Ze schrikt even en knikt dan instemmend.
“Maak eens contact met je verstarring.”
Aruna merkt hoe de vrouw nu helemaal blokkeert.
“Je bent een lieve, dappere vrouw, en je weet: het gaat opnieuw gebeuren.”
In haar ogen blinken nu tranen, de verstarring breekt, haar hoofd knikt zachtjes, haast onmerkbaar ‘ja’.
“Je weet het. Hij heeft je al zo vaak gebrutaliseerd en telkens als zijn wiet op is gebeurt het opnieuw.”
Ze knikt. Ja zo is het.
“Het is niet aan jou om hem te vergeven. Dan kom je in een bovenpositie en verstoor je de gelijkwaardigheid in de relatie.”
Er ontstaat enige commotie in de groep. Vergeven staat in onze cultuur hoog aangeschreven.
” Je kan hem wel de ruimte geven om met zichzelf in het reine te komen, om zichzelf te vergeven, dan ligt zijn leven in zijn handen.”
Ze voelt hoe iedereen even verward is en nadenkt over deze visie.
Aruna richt zich nu tot de man, die kijkt wat verschrokken.
“Het spijt me echt. Telkens opnieuw neem ik me voor dat het niet meer zal gebeuren.”
Zijn spijtbetoon heeft een ondertoon van zich vrijpleiten.
“Zolang je verslaafd bent, zal het blijven gebeuren.”
“Ik doe echt mijn best, ik heb al een aantal keer geprobeerd te stoppen.”
“Dan weet je ook dat je hier hulp bij nodig hebt. Alleen kom je er niet.”
“Ik heb hulp gezocht, maar dat werkte niet.”
Zijn toon is defensief.
“Ook met hulp is het niet makkelijk, wel mogelijk. Jij blijft verantwoordelijk voor je verslaving.”
Hij buigt zijn hoofd.
Aruna herhaalt: “Het is moeilijk en mogelijk. En niemand kan het voor jou doen.”
De vrouw komt hem ter hulp.
“Ik hou van hem. Uit liefde neem ik zijn verslaving er bij.”
Aruna antwoordt: “Dat weet ik. En daar horen ook de woedeuitbarstingen bij.”
Ze weet het.
“Vergeef hem zijn daden niet, maar laat hem de ruimte om met zichzelf in het reine te komen. Pas dan kan hij hier uit groeien.”
De vrouw haar ogen stralen opnieuw, nu zijn ook haar mondhoeken ontspannen en ze knikt en zegt Aruna ‘Dank je wel.’
Aruna vraagt aan de andere deelnemers in de groep:
“Waar heb jij mee in het reine te komen om je relatie te klaren? Zoek buiten een eigen plekje om je met deze vraag te verbinden en neem waar wat er in je opkomt. zoek daarna iemand op om daarover te delen.”

’s Avonds gaat Aruna aan het riet bij het water zitten, de zon gaat prachtig onder, en denkt aan de man met de wietverslaving en zijn vrouw. Ze haalt diep adem en bevestigt voor zichzelf :”Ik kan hen alleen maar verbinden met wat er is, hen helpen zichzelf in de ogen te kijken en hopen dat er een helende beweging ontstaat.”
En soms zou ze willen dat ze kon toveren.