VADER

 

De eerste volle februarizon, een feest van warmte en  licht na de donkere dagen, wekt het vuur in de paarden. Ze hollen en dollen door de kaalgevreten wei. Aruna geniet met enige huiver van deze losbarstende energie. Ze waagt zich  niet tussen de paarden. Er gaat een man komen voor een paardenwandeling. Hoe gaat ze de moed vinden haar merrie uit deze bruisende kudde te halen? Ze sprokkelt wat hout voor een vuurtje in de hoop dat dit haar rust brengt.
De paardengekte is nog steeds bezig als de man toekomt. Hij heeft er geen oog voor, stort in bij haar vuur. Hij snikt met grote schokken, stil is ze bij hem aanwezig. Scotti, de leider van de kudde, komt bij de omheining staan en zucht diep. De merries worden langzaam rustiger en beginnen te grazen aan het korte gras.
De man hervindt zijn adem en vertelt zijn verhaal.  Zijn vrouw en hij zijn een paar maanden gescheiden. Hij kijkt er telkens zo naar uit als de kinderen komen. En vlak voor ze er zijn stort hij in en kan alleen maar huilen. Hij begint weer te snikken. Het is zo fijn bij zijn kinderen. Hij heeft angst telkens wanneer ze komen omdat hij weet dat hij hen ook weer moet laten gaan. In een zucht zijn de heerlijke dagen  voorbij.
Aruna aarzelt. Ze wil Ilmbjörk uit de weide halen, bij deze moedermerrie voelt ze zich het veiligst. Ze hoort de stem van haar leermeester: “Mannen kunnen mannen dragen.” Waar een jongen opgroeit  met gemis aan  vader, heeft hij dit nooit geleerd en leunt te veel aan bij vrouwen. Scotti briest. Ze verzamelt al haar moed en haalt hem uit de weide. Hier is mannenenergie nodig.
In contact met Scotti vraagt ze de man naar zijn vader.
Toen hij vijf jaar was, is zijn vader weggegaan. Hij zag hem voortaan, en  nog steeds, drie keer per jaar. Het  is fijn hem te zien.
Scotti is een heerlijk stoere ruin, hij zit comfortabel als een zetel en heeft krachtige, ruime gang. De man voelt zich meteen gedragen. Ze laat hem contact maken met het afscheid nemen van zijn kinderen. De tranen vloeien opnieuw over zijn wangen, nu  vinden ze een bedding in de kalme, brede gang van het paard.
Van daaruit vraagt Aruna hem het beeld van zijn vader op te roepen.
Eerst is hij weigerachtig.  
Stap voor stap vraagt ze hem mee te ademen met het paard, de vader van de kudde. Zo kan ook zijn vader een plek krijgen Ze nodigt hem uit om de beweging van het gedragen worden door Scotti te laten doorstromen in heel zijn lijf. Het lukt telkens even, dan valt hij weer uit de cadans van het paard. Samen gaan ze de weg en leert hij zich te laten dragen door mannenenergie en te zijn bij al wat is. Zo kan wat hij al jong  gemist heeft, zich gedragen weten, later nog ontstaan. Wie zich gedragen weet sterkt zijn eigen innerlijke draagkracht.

Aruna  laat het verhaal rusten. In het begin van de zomer  zomer laat ze het lezen aan haar mentor. Hij schrijf haar terug: “Wat een ontroerend diep verhaal. Het raakt me en dan is het goed. Treffend om te lezen dat er niets moet veranderen…deze diepe rouw is niet te veranderen. Wel handen of de cadans van een paard die mee dragen. En toevallig? Mijn vader is op lichtmis gestorven….”