MIJN ZUSJE

Een man vertelt Aruna een droom over zijn gestorven zusje.
De droom verbaast hem. Hij is vijfendertig nu, zij is gestorven toen hij twaalf was. Drieëntwintig jaar geleden is ze voor zijn ogen onder een auto gelopen. De auto reed door een rood licht.
Hij heeft nooit eerder over haar gedroomd.
Ik zie mijn zusje lopen tussen allemaal gekken. Ik wil haar daar weghalen, maar het lukt me niet om bij haar te komen. Dan gebeurt er iets, ik kan niet omschrijven wat, maar voel nog precies hoe ik het doe: ik omarm haar en opeens is ze weg. Het voelt ongelooflijk bevrijdend, voor haar, voor mij.”

Hij zegt snel dat hij niet in dromen gelooft. Toch is hij naar Aruna gekomen. Iemand had hem over haar verteld en gezegd dat ze goed kan luisteren.
Aruna aarzelt, ze heeft goed geluisterd, doch de lichte scepsis van de man weerhout haar om helemaal in de droom te gaan. Ze ademt door haar aarzeling heen: deze man heeft de moed getoond om ondanks zijn scepsis naar haar te komen, nu moet zij de moed tonen om haar werk te doen.
Overmoedig hoort ze zichzelf zeggen: “Ik denk dat jij je zusje de weg hebt getoond naar het hiernamaals.”
Zijn gelaatsuitdrukking verandert,  ze merkt dat hij lichtjes knikkend haar woorden inademt, stil wordt. Ze wordt nu zelf ook rustig en praat verder: “Ik denk dat je zusje na het ongeluk de weg naar het hiernamaals niet heeft gevonden, samen met andere verloren zielen, de gekken uit je droom… ”
De man begint te huilen. “Dank je wel , je verwoordt wat ik zelf wist maar niet durfde denken…. Ze zag er zo verloren uit in mijn droom, ik wilde haar helpen maar geraakte niet tot bij haar. En plots wist ik wat ik moest doen en kon ik haar redden… weg bij al die verloren zielen…”
Aruna bedankt hem voor zijn droom.
Dank zij zijn droom heeft ze de moed gevonden om uit te spreken wat ze al vaker heeft gezien: hoe je in dromen de overledenen kan begeleiden naar het hiernamaals.
Wandelend tussen de lentebloesems praten ze nog wat na. Hij voelt zich zo bevrijd, alsof een zware taak eindelijk volbracht is.
Het was zo’n bijzondere ervaring hoe hij plots toegang kreeg tot een andere wereld en haar in één beweging kon helpen overgaan. Jammer dat hij zich niet herinnert hoe je het moet doen, dat die informatie niet is mee gekomen naar zijn waakbewustzijn.

Aruna beaamt het: wat goed dat zijn zusje eindelijk is overgegaan. En ja, hoe je het doet… dat is bij het ontwaken vaak een raadsel. Ze hoopt dat steeds opnieuw toelaten dat het gebeurt uiteindelijk zal leiden tot een dieper inzicht over hoe het gebeurt.
Ze vertelt hem van een vrouw die telkens opnieuw een kindje wilde, ze had er inmiddels zeven, omdat het mysterie van het geboortemoment haar telkens opnieuw ontglipte. Ze heeft de moeder geleerd om het mysterie te omarmen, zo kwam de eindeloze kinderwens tot rust.
De man schenkt haar een glimlach, geeft haar een kus en verdwijnt.
Elk jaar in november, het midden van de herfst waarin de dagen echt donker worden, geef ze een dag ‘dromen over de doden’. Met de geur van de bloesems nog om zich heen, wil ze die dag nu ook in de lente geven, rond Pasen, de tijd van de verrijzenis.
‘Leven en dood, verwisselbare punten op de levenslijn, ’ zei haar oude professor altijd.