IN DE VIS

 

       

oorsprong van het verhaal: gesprek, ziel in beweging

IN DE VIS

Een man contacteert Aruna en vraagt dringend een afspraak.
Hij klinkt zo ontdaan dat ze tijd voor hem vrijmaakt.
Verontschuldigend komt hij binnen: “In begeleiding gaan, dat is niets voor mij. Sorry dat ik me zo opdrong.”
“ Je bent welkom. Je drong je niet op, je bent in paniek.”
Hij slikt, zijn ogen worden vochtig en hij kan haar niet aankijken.
“Kom, zet je bij het vuur.”
Stilte.
“Wat brengt je zo in paniek?”
“Ja, inderdaad, ik ben in paniek. Zo werd ik wakker. Mijn zoon.”
“Wil je me vertellen over je zoon?”
Hij haalt diep adem, alsof hij een verhaal ophaalt dat heel zijn wezen vult, ze ziet zijn hart kloppen in zijn keel.
“Ik ben mijn zoon verloren,” hij begint te snikken met grote schokken.
Als het schokken mindert, vertelt hij het verhaal. Hoe zijn vrouw, de moeder van zijn zoon, bij hem is weggegaan toen hij zwaar ziek was. Ze kon het ziekteproces niet aan. Hij was te ziek om voor zijn zevenjarige zoon te zorgen en is zo helemaal van hem vervreemd . Nu hij hersteld is, wil hij meer contact. Maar hij is zo boos op haar, voelt zich zo in de steek gelaten, hij kan het niet aan om haar te zien.
“Je hebt een zware tijd gehad. Deze ochtend ben je in paniek wakker geworden, heb je gedroomd?”
Hij knikt.
“Wil je mij je droom vertellen?”
Hij slikt en buigt zijn hoofd, de handen in het haar.
“Ik ben aan een vijver, er ligt een grote vis op de oever te spartelen. Ik wil hem redden en gooi hem terug in het water. Eerst zwemt hij helemaal scheef, ik denk dat hij het niet haalt en gaat sterven, maar dan zie ik dat hij onderduikt en toch nog kan zwemmen. Opeens ben ik in paniek, ik zie dat mijn zoon in zijn buik zit, in de buik van de vis die zwemt alsmaar verder weg zwemt van mij.  Ik snap niet hoe dit kan, want mijn zoon is veel groter dan de vis en toch is het zo. Ik word gek van  paniek, paniek voor wat er met mijn zoon gaat gebeuren, paniek dat ik hem nooit meer zal zien.”
Zijn hele lijf drukt radeloosheid uit.
Aruna vraagt: “Mag ik je aanraken?”
Een nauwelijks merkbare knik. Ze legt haar hand op zijn hand. Hij wordt iets rustiger.
Een stel ganzen vliegt luid gakkend over het water.
“Zullen we even aan de vijver gaan zitten?”
Hij kijkt wat verbaasd en knikt.
Samen gaan ze naar buiten, zitten op de steiger. Een grote karper hapt met zijn mond naar lucht.  De zon schijnt, een zacht briesje, de koekoek roept…
“Wie was er voor jou tijdens je ziekte?”
“Mijn ouders, een goede vriend, een paar collega’s en een buurvrouw.”
“Kwam je zoon op bezoek?”
“Neen, zijn moeder vond dat te zwaar voor hem en ik was te ziek om daar tegen in te gaan.”
“Ben je volledig hersteld van je ziekte?”
“Ik ben nu een jaar kankervrij. Word nog wel vijf jaar opgevolgd.”
“Al terug aan het werk?”
“Ja, deeltijds.”
Een karper  gooit zich vlak voor hun bengelende voeten op het water.
“Het wordt tijd om je zoon op te halen.”
“Ik weet het. Maar ik ben echt zo boos op zijn moeder. Ik kan het niet aan haar te zien.”
“Je ouders zijn er voor je. Laat je door hen helpen.”
“Ze hebben al zo veel voor me gezorgd.”
“Het is ook in het belang van hun kleinkind”.
“Heb je contact met je schoonouders?”
“Niet echt. Ze hebben me wel een aantal keer een kaartje gestuurd.”
“Je zoon zit in de vis, hij moet opnieuw bij jou geboren worden. Soms gaat een geboorte vlot, soms is het zwoegen…”
“Je kent mijn vrouw niet,” werpt hij defensief in.
“Dat is zo. Maar ik heb al veel vrouwen begeleid en veel kennis in vrouwenzaken opgedaan, en ik weet dat een zoon zijn vader nodig heeft.”
Het blijft even stil, hij sluit zich voor haar af.
“In de steek gelaten worden als je zwaar ziek bent, is verschrikkelijk. Ook daar moet je van herstellen. En dat heeft tijd nodig en aanwezigheid. Zijn jullie nog gehuwd?”
“Ze heeft de echtscheiding aangevraagd. Ik woon tijdelijk terug bij mijn ouders.”
“Een echtscheiding is een pijnlijk proces. Wil jij nog voor je huwelijk gaan?”
Hij schudt zijn hoofd: “Ze heeft al iemand anders en wil ons huis verkopen. Ze heeft een scheidings-bemiddelaar gezocht.”
“Dat is hard. Je hoeft dit niet alleen te klaren. Ik begeleid ook mensen in  groepen, dat geeft vaak een bedding voor het eigen proces.”
“Ik ben niet zo voor groepen.”
“Een reden te meer om te komen. Na wat je hebt meegemaakt is het belangrijk je  te leren openen voor de aanwezigheid en warmte van anderen. Dat bevordert bovendien je herstel. Over een maand is er een groep zomerdromen. We zullen veel buiten zijn, genieten van de zomer, dat bevordert het genezingsproces. Je bent welkom.”
Hij knikt haast onmerkbaar.
“En als het voor jou nog een stap te ver is, je mag me steeds om een individueel gesprek vragen.”
Hij kijkt over de vijver en zegt: “Ik kom. Ik wil mijn zoon zien.”
Dan kijkt hij haar aan: “Dank je wel.”
Dank is het mooiste geschenk dat Aruna kan krijgen. Daarin weet ze zich gezien in wie ze is en dat is kostbaar.

Na het gesprek gaat Aruna nog even op de steiger zitten, haar voeten bengelend in het water.
Voor het eerst sinds lang voelt het gemis van  Joren zonder pijn. Wat was ze boos toen hij stierf, maar hun liefde is intact gebleven.
Ze heeft zo vaak gezien hoe bij echtscheidingen de liefde ontheiligd wordt. Als het haar lukt deze in ere te herstellen, ervaart ze dat als een groot geschenk.