GESLAGEN
oorsprong van het verhaal: gesprek, bij de paarden

       

Geslagen is hij. Elke dag opnieuw. De radeloze woede van vader moest zich op iemand richten.
Vader is de laatste uit een beenhouwersfamilie. Of moeten we zeggen boerenfamilie? Een grote vierkantshoeve uit de zestiende eeuw, daar was ook de winkel.
Grootvader collaboreerde in de oorlog, om vele monden te kunnen vullen.
En na de oorlog alles kwijt geraakt.
Meer is er nooit verteld, oorlogskinderen bewaren hun geheimen.
De vierkantshoeve, het hard werkende familieparadijs, is niet meer. Rijke bourgeoisie vervormde het tot een luxewoning.
Vader begon opnieuw een beenhouwerij. Zijn zoon moet hen in ere herstellen. Hij moet studeren, landbouwingenieur worden. Een negen is niet genoeg, dan heb je een fout gemaakt. Tien op tien moet het zijn. Het werd er ingeslagen. Radeloos is vader en woedend. 
Moeder verdwijnt in de keuken.
Als vader weg is, geeft ze hem een choco-tof.
Heel de straat weet het.
Niemand komt tussen.
Ja, één buurman vangt hem op als hij het huis weet te ontvluchten. Hij is hoogleraar, daar kan vader als beenhouwer niet tegenop.
De frustratie zelf niet gestudeerd te hebben, wordt afgereageerd op de zoon: die moet studeren.

En hij is landbouwingenieur geworden maar heeft nooit zijn weg gevonden. Drinken, feesten, verloren lopen… Woedeuitbarstingen waardoor elke vrouw ook weer wegging.

Ja, hij heeft hulp gezocht in het reguliere en alternatieve circuit:ontwenningscentra, psychiater, gestaltgroepen, bio-energetica, sjamanistische healer, zen-meditatie, mindfullness, shiatsu, karate… Hij heeft het gehad met begeleiding.

“Wat brengt je hier?”
“Nachtmerries. Badend in het angstzweet wordt ik wakker.  De laatste weken is er een wezen dat altijd terugkomt. Als een grote zwarte schaduw, en toch is het meer dan een schaduw, het komt als een massa over me heen, in verschillende soorten dromen, en telkens wordt ik in paniek wakker, angst om verstikt te worden door die zwarte massa. In de laatste droom was het anders toen voelde ik de zwarte massa als een deken waaronder ik kan huilen. Maar de tranen komen niet.”
“Ongehuilde tranen kunnen zo’n pijn doen “
Hij kijkt haar voor het eerst echt aan: “Kan jij me laten huilen?” en slaat meteen zijn ogen neer.
Aruna neemt even tijd om een spoor te zoeken in heel dit verhaal, hij heeft al zoveel gedaan.
“Je hebt al vele wegen bewandeld, ik wil wel met jou verder wandelen.”
“Ik wil kunnen huilen.”
“Dat kan je niet dwingen, ik kan je wel helpen om aanwezig te zijn bij je pijn, en soms begint die dan te smelten. Huilen is smelten. Wanneer heb je voor het laatst gehuild?”
“Toen mijn hond stierf. Vader heeft hem met een stok doodgeslagen. Ik was veertien.”
Zijn gezicht verstart tot een dodenmasker.
Aruna ademt even door de gruwel heen.
Ze aarzelt, vraagt hem zich te verbinden met zijn ademhaling. 
Hij weigert het, heeft al genoeg ademtherapie gehad.
“Zullen we naar de paarden wandelen?”
“Betaal ik je daarvoor.?”
“Ja.”
Hij wil vertrekken.
“Je tijd is nog niet om, je kan net zo goed even meelopen.”
Ze gaat naar buiten…hij komt mee …
De kudde komt meteen om hem heen staan, hij maakt vol contact.
Aruna glimlacht.
“Volgende keer gaan we wandelen. Ilmbjörk, mijn merrie, zal je dragen.”
Een smalende lach, maar hij blijf in contact met de paarden
“Je hebt zo weinig bedding gekregen, je vertrouwt niemand, elke begeleiding loopt vast op je wantrouwen. Je toevertrouwen aan mijn paard, kan je helpen om terug vertrouwen te krijgen en te geven. Volgende week, zelfde dag, zelfde tijd kan je me hier vinden. Het is aan u of je komt of niet.”
Ze laat hem achter bij de paarden.
En hij komt, wil eerst niet dat Aruna haar merrie leidt, voelt zich belachelijk, alsof hij klein kind is dat paardje rijdt. En toch… stap voor stap laat  hij zich dragen.. .stap voor stap ontspant hij.
“Belachelijk dat jij  het paard zo bij het halster neemt, het is een mak dier, ik kan het best alleen.”
Aruna glimlacht.
En hij komt terug.
Zo gedragen door Ilmbjörk kan hij het zwarte wezen uit zijn dromen toelaten. Het heeft vele gezichten: woede, angst… en ook oneindige zachtheid en liefde…
Van alle gezichten is hij even bang. Door Ilmbjörk voelt hij zich voor het eerst in zijn leven gedragen in al wat is.
Soms blinken zijn ogen van ontroering, hij begint te smelten.
Zonder haar merrie had Aruna dit nooit klaargespeeld.