ELF MANNEN IN DE WOESTIJN

       

Een jonge vrouw wil zo graag een kindje krijgen. Ze vindt geen man die zich met haar wil verbinden. Vijfendertig is ze nu, en bang dat er geen kindje meer gaat komen. Spermadonatie wil ze niet, ze wil als moeder een aanwezige vader voor haar kind.
Aruna vraagt naar de mannen in haar leven. Het zijn er zo veel. Telkens opnieuw geeft ze zich helemaal om dan weer verstoten, misbruikt of bedrogen te worden. En een enkele keer vond ze zelf de man niet interessant genoeg. Misschien wel meerdere keren.
Het is een kennismakingsgesprek en Aruna vraagt de vrouw om op haar dromen te letten. Ze zegt meteen dat ze nooit droomt maar er is één droom die ze al sinds haar kindertijd met zich meedraagt.

Woestijn, de lucht is erg koud, nacht, veel sterren aan de hemel. Beschut door rotsblokken zitten elf mannen in lange, witte gewaden rond een vuur. Het zijn priesters met baarden. Ze doen teken dat ze dichter  moet komen en plaats nemen in de kring.
De oudste geeft haar een boodschap die ze aan iemand op aarde moet geven. Ze is erg bang, en moedig. Er valt niet onderuit te komen, ze moet dit doen.

Bij het vertellen van de droom voelt de vrouw opnieuw de paniek: ze weet niet meer wat de boodschap is.
Aruna huivert. Jaren geleden heeft een andere vrouw, van dezelfde leeftijd, net dezelfde droom verteld. Ook zij was aan het rouwen om onvervulde kinderwens.
Aruna aarzelt om dit te vertellen, geeft het dan toch prijs.
“Er is nog een vrouw met een gelijkaardige droom, ze kwam hier jaren geleden. Ook zij moest een opdracht vervullen, maar kon zich niet herinneren wat de opdracht was. Ze doolde op aarde, gaf zich aan elke man, niet wetende wat ze hier kwam doen. Hier schaamde ze zich om.
Ze had vele talenten, maar die verschrompelden omdat ze die niet kon verbinden met de opdracht die ze niet meer wist. Bij elke nieuwe man hoopte ze dat de opdracht zou ontwaken onder het vuur van hun seksualiteit.
Ik heb haar kunnen helpen om de dwingende opdracht los te laten om haar talenten met de aarde te verbinden, zich ook met vrouwen te omringen en haar zingeving vanuit het aardse leven te laten ontstaan.Aruna vertelt er aanvankelijk niet bij  dat het jaren goed ging met deze vrouw. Doch eens de vruchtbare leeftijd voorbij, opnieuw is ze opnieuw gaan dolen van man naar man.
Ze wil in contact met deze vrouw, de weg opnieuw laten ontstaan. Ze huivert. Hoe omgaan met dwingende opdrachten uit de geestelijke wereld?
En dan vertelt ze toch dat de vrouw opnieuw op de dool is geraakt.
De vrouw kijkt haar perplex aan: “Ik weet wat de boodschap is. Ik moet  mannen laten weten dat het een eer is om een vrouw te penetreren. Enkel in het eren van de vrouw is penetratie toegelaten. Zo kunnen ze hun seksuele instincten verheffen tot een  liefde die de wereld dient.”
Ze zwijgt even en zegt: “ En hetzelfde telt voor vrouwen: vrij enkel als je de man in liefde eert.”
Aruna krijgt rillingen. Weer een begenadigd moment van samen aangeraakt te worden door het grotere. Wat leert ze veel van de mensen die bij haar komen.
Die weg was ze met de eerste vrouw gedeeltelijk gegaan door seksualiteit te verbinden met liefde.  Maar ze had die weg niet verbonden met de boodschap uit de droom. En zo was de vrouw weer gaan dolen. Integendeel, ze wilde de vrouw beschermen tegen de dwingende opdracht  uit de geestelijke wereld. Wat een hoogmoed.
Het is belangrijk dat alles op de juiste manier verbonden wordt.
En hoe en waar je moet verbinden, dat ontdek je  gaandeweg met vallen en opstaan. Bovendien is het voor elke mens toch telkens weer anders.
Ze buigt het hoofd.