DE ZAADGEVER

       

Oorsprong van het verhaal: relatiegesprek, open avond

Ze komen binnen, zij stug en verbeten, hij gelaten en vastberaden.
Aruna laat hen plaats  kiezen.
Ze zetten zich tegenover elkaar, doch kijken elkaar nauwelijks aan.
“Wat brengt jullie samen hier?”
“Ik ben zevenendertig en wil kinderen.”
De vrouw is helemaal opgespannen, het lijkt of ze trilt van opgekropte woede.
Aruna benoemt het.
“Ja ik ben boos.”
Te boos om uit te leggen wat haar zo boos maakt.
Aruna kijkt naar de man.
“Weet jij wat je vrouw zo boos maakt?”
Ze snauwt: “Ik ben zijn vrouw niet.”
Er komt een gespannen stilte, Aruna laat die even duren, vraagt dan aan de vrouw: “Vertel je verhaal eens, je wil kinderen.”
Doorheen de boosheid komt ze even bij zichzelf: “Ja ik wil kinderen. “
Dan slaagt ze dicht. Er valt een ongemakkelijke stilte.
Aruna kijkt naar de man.
“Ik wil haar graag een kindje geven.”
 Haar boosheid ontvlamt meteen: “Hij spreidt zijn zaad over de aarde, wil iedereen kinderen geven.”
Ze vraagt de man of hij al kinderen heeft.
“Ja, eentje in Italië, en één bij een vriendin van mij.”
“Ja, hij heeft zaad gegeven aan een lesbische vriendin. Haar vrouw wil nu ook een kindje van hem, dan hebben ze dezelfde vader. De kinderen die hij al heeft, die heb ik te nemen, maar ik wil niet dat hij terwijl wij voor een kindje gaan, zijn zaad ter beschikking stelt van andere vrouwen.”
Hij haalt zijn schouders op: “Wat maakt dat nu voor verschil. Van mij mag elke vrouw een kindje krijgen.”

Aruna stelt hen voor naar een open avond te komen om te zien welke beweging in een opstellingsveld ontstaat.
Voor de man is dat allemaal ok.
Zijn luchtigheid doet de vrouw steigeren: zij heeft hier geen opstelling voor nodig, het is duidelijk dat je zoiets niet doet.
Aruna laat haar steigeren, zo kan haar kracht zich vol tonen en blijft zelf heel goed in haar voorstel staan.
De vrouw haar hoofd is nu trots opgeheven, ze  neemt haar voorstel aan.

Op de open avond kiest de vrouw representanten voor zichzelf, haar vriend, de Italiaanse moeder en haar kindje, de vriendin en haar vrouw met hun kindje en geeft ze een plek.  Ze plaatst haar vriend tussen de Italiaans vrouw en het koppel vrouwen en de beide kinderen bij hun respectievelijke moeders. De representant voor zichzelf staat op een afstand toe te kijken.
Aruna vraagt de vrouw wat dit beeld met haar doet: het maakt me boos, heel boos…en verdrietig. Ik zie dat zij gelukkig zijn… dat doet pijn.
De representant voor de man zegt: “Ik wil hen alleen maar gelukkig maken en zou jou ook graag gelukkig maken.”
De representant van de vrouw schudt haar hoofd, ze kan niet praten.
Ze vraagt nu aan de man en de vrouw of ze hun eigen plek in de opstelling willen innemen.
De man staat gelukkig tussen de vrouwen en kinderen in.
Zij huilt een diep verdriet.
Langzaam stapt de man op haar toe, knielt en vraagt: “Wil je met me trouwen. Ik zal nooit zonder jouw toestemming iemand anders nog een kindje geven.”
Zij knikt en snikt: “Ja, ik wil met je trouwen.”
Een innige omhelzing.

Dan kijkt ze op armafstand naar haar verloofde: “Ik wil niet dat de beslissing of je je vrienden nog een kind schenkt bij mij legt. Je weet dat ik dit niet wil en jij beslist.”
De man draait zich om naar de vrouwen en legt zijn arm rond zijn verloofde.
“Ik wil jullie graag nog een kind schenken, maar enkel als dit voor mijn verloofde helemaal goed voelt.”
Het doet hen verdriet en het is helemaal ok.